Bonsai
English: Bonsai

Japanese Black Pine, 1936-2007.jpg
Een Japanse zwarte den (Pinus thunbergii) gekweekt in de bankan-stijl (gedraaide stijl) sinds 1936
Cotoneaster bonsai at Enfield Bonsai Group Summer Show 2008.jpg
Dwergmispel (Cotoneaster) in de ishizuki-stijl (klevend-aan-een-rotsstijl)
Blue Atlas Cedar, 1950-2007.jpg
Blauwe atlasceder (Cedrus atlantica var. 'Glauca') gekweekt in de moyogi-stijl (informeel opgaande stijl) sinds 1950; dit is de 'achterkant' van de bonsai (zie kopje 'Opstelling')

Bonsai (盆栽; 'plant in pot')[a] is de traditionele Japanse kunstvorm die gericht is op het kweken van miniatuurbomen in potten.[b] Een houtige plant wordt tijdens de groei zodanig gemanipuleerd dat het een miniatuurboom blijft die in eenvoudige lijnen de wezenlijke kenmerken vertoont van een volgroeid natuurlijk exemplaar. De meer dan duizend jaar oude bonsaitraditie is gestoeld op de Chinese kunstvorm 'penzai'. De karakters waarmee het Chinese woord 'penzai' wordt geschreven, worden in het Japans uitgesproken als 'bonsai'.

Een bonsai kweken begint met een scheut, zaailing of stek van een boom of struik. De keuze van de soort is onder andere afhankelijk van de stijl die de kweker wil volgen. Door snoeien, enten, het gebruik van metaaldraad en andere technieken brengt hij de boom in vorm. Wanneer de plant zijn beoogde grootte heeft bereikt en voldoet aan de esthetische vereisten, wordt hij overgeplant in een sierpot en in een opstelling geplaatst.

De term bonsai wordt vaak gebruikt als parapluterm voor alle miniatuurpotbomen in oosterse stijl. De bonsaitraditie kent echter een specifieke schoonheidsleer, die zich heeft ontwikkeld onder invloed van het zen-boeddhisme. Hierdoor heeft een bonsai doorgaans een soberder uiterlijk dan bijvoorbeeld een penjing. Ook heeft bonsai een eigen canon van stijlen, die deels is gebaseerd op de natuurlijke groeivormen van bomen. Traditioneel gebruikt men in Japan alleen winterharde plantensoorten, die buiten worden tentoongesteld.