Commedia dell'arte

Een commedia dell'arte-toneelgroep afgebeeld op een 16e-eeuws Vlaams schilderij
Schrijver en acteur Molière presenteert komische acteurs van zijn generatie en van daarvoor, 1670
19e-eeuwse illustratie van de commedia dell'arte

De commedia dell'arte is een vorm van improvisatietheater dat uit Italië stamt. Het was vooral populair van de 16e tot de 18e eeuw. Een andere benaming voor het genre is commedia delle maschere, naar de gebruikte maskers. De commedia dell'arte combineerde serieuze en komische elementen. Figuren als Harlekijn en Pantalone werden er door gepopulariseerd in diverse Europese tradities. Na de theaterhervorming van Carlo Goldoni verdween de toneelvorm. Tegenwoordig leven de personages uit de commedia verder in ballet, pantomime, poppenspel en carnaval.

Beschrijving

Tegenover de "geleerde" komedie, die aan de hoven en academies door gelegenheids(amateur)spelers werd opgevoerd, belichaamde de commedia dell'arte de scenische volkshumor. Het was een toneeltechniek zonder vaste regels, waarbij geen geschreven tekst werd gebruikt: de hoofdinhoud van het stuk was vastgelegd in een "scenario", waarop de spelers verder improviseerden, elk naar eigen smaak en talent. Er werden zo veel mogelijk toespelingen op actuele gebeurtenissen en personen ingelast, gapingen in de handeling werden opgevuld met visuele grappen, met zorgvuldig voorbereide tirades, acrobatische capriolen, muziek, dans, pantomime enz. Het improviseren was daardoor eigenlijk een "vak" (un' arte).

Kenmerkend is dat in deze komedies steeds dezelfde personages met steeds dezelfde naam, een direct herkenbaar uiterlijk en eenzelfde karakter optreden. Enkele personages zijn:

De plot van het toneel behelst veelal de toenadering van twee jonggeliefden. Bij Giorgia en Lucia, en later bijvoorbeeld ook in Romeo and Juliet van Shakespeare, wordt deze toenadering tegengewerkt.

De maschere (maskers) zijn echter de ware hoofdrolspelers. Zij krijgen alle ruimte om te improviseren en maken van hun rol vaak een karikatuur. De improvisatie bracht met zich mee dat de acteurs bijzonder goed op de hoogte moesten zijn van elkaars reactie. Rollen van eenzelfde karakter werden dan ook vrijwel steeds aan eenzelfde acteur toevertrouwd. Iedere Italiaanse regio leverde een masker of vaststaand type: zo zorgde het erudiete Bologna voor de figuur van de pedante Il Dottore, de handelsstad Venetië voor het type van de koopman Pantalone, het aan Spanje onderworpen Napels voor de Capitano, en Bergamo, de stad van de lastdragers, voor de lepe dienaren Arlecchino en Brighella. De rollen van Colombina en andere gewiekste kamermeisjes en dergelijke werden door vrouwen vervuld.

De magere Pantalone staat model voor de vrek. In het ene toneelstuk speelt hij de huurbaas, dan weer de schoonvader of de oom. Elke keer is zijn rol echter herkenbaar aan zijn Venetiaans kostuum, waar het woord pantalon ook vandaan komt. De Capitano is een opschepperige Milanese veldheer. Publiekslievelingen zijn de 'zanni', de komische knechten die iedereen op het toneel en in het publiek voor schut zetten. Van hen wordt niet alleen acteertalent verwacht, maar ook een enorme lenigheid om acrobatische toeren uit te kunnen halen. De zanni zijn weer te onderscheiden in verschillende typen, waaruit zich in de volgende eeuwen zelfstandige rollen ontwikkelen. Zo werd Arlechhino later harlekijn, Pedrolino werd in Frankrijk Pierrot en Pulcinello stond model voor Jan Klaassen.