Eerste Wereldoorlog

Eerste Wereldoorlog
Loopgravenoorlog
Loopgravenoorlog
Datum28 juli 1914 - 11 november 1918
LocatieEuropa, Afrika, Azië, Midden-Oosten
ResultaatGeallieerde overwinning
Casus belliMoord op Frans Ferdinand
VerdragVerdrag van Versailles
Strijdende partijen
Centralen:

Vlag van Duitse Keizerrijk Duitse Rijk
Vlag van Oostenrijk-Hongarije Oostenrijk-Hongarije
Vlag van Ottomaanse Rijk Ottomaanse Rijk
Vlag van Bulgarije Bulgarije ('15-'18)

Geallieerden:

Vlag van België België
Vlag van Frankrijk Frankrijk
Vlag van Keizerrijk Rusland Keizerrijk Rusland ('14-'17)
Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Vlag van Servië (1882-1918) Servië
Vlag van Italië (1861-1946) Italië ('15-'18)
Vlag van Japan Japans Keizerrijk
Vlag van Verenigde Staten (1912-1959) Verenigde Staten ('17-'18)
en 19 anderen

Leiders en commandanten
Vlag van Duitse Keizerrijk

Vlag van Oostenrijk-Hongarije

Vlag van Ottomaanse Rijk

Vlag van Bulgarije

Vlag van België

Vlag van Frankrijk

Vlag van Keizerrijk Rusland

Vlag van Verenigd Koninkrijk

Vlag van Italië (1861-1946)

Vlag van Verenigde Staten (1912-1959)

Portaal  Portaalicoon  Eerste Wereldoorlog
Download een gesproken versie van dit artikelBeluister 1, 2

De Eerste Wereldoorlog, ook de Wereldoorlog of de Grote Oorlog genoemd, was een wereldoorlog die in Europa begon op 28 juli 1914 en tot 11 november 1918 duurde. Elf november bleef bekend als wapenstilstandsdag.

Kaart van Europa bij uitbraak van de oorlog

Alle grootmachten[1] van de wereld waren bij deze oorlog betrokken en werden samengesteld in twee conflicterende allianties: de geallieerden (gecentreerd rond de Triple Entente van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Rusland) en de centralen (oorspronkelijk gecentreerd rond de Triple Alliantie van Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië). Deze bondgenootschappen reorganiseerden zich (Italië liep in 1915 over naar de geallieerden) en breidden zich uit naarmate er meer landen meededen met de oorlog (Roemenië sloot zich aan bij de geallieerden en het Ottomaanse Rijk en Bulgarije kwamen bij de Centralen). Uiteindelijk werden er meer dan 70 miljoen militairen, waaronder 60 miljoen Europeanen, gemobiliseerd in een van de grootste oorlogen in de geschiedenis. Meer dan 9 miljoen soldaten werden gedood, vooral als gevolg van de grote technologische vooruitgang in vuurkracht (het was de eerste oorlog waarin fabrieksmatig en snel geproduceerde middelen en de techniek de overhand kregen, zoals machinegeweren, gifgas, kanonnen en prikkeldraad, en waarin tanks en vliegtuigen algemeen in gebruik genomen werden) zonder overeenkomstige ontwikkelingen in mobiliteit (de gebruikte tactieken dateerden nog uit de 19e eeuw en dat was volgens polemologen een van de oorzaken van de enorme aantallen doden en gewonden). Een andere belangrijke factor die ook bijdroeg aan de massale opoffering van mensenlevens was de mogelijkheid enkele jaren achtereen constant opeenvolgende lichtingen met duizenden jonge mannen als dienstplichtigen op te roepen, naar de fronten te voeren en daar in te zetten. Deze inzet werd vooral berucht doordat er door de verouderde tactieken vaak slechts futiele successen konden worden gemeld, ondanks de opoffering van zeer grote aantallen militairen. Dit uitte zich in de verovering van kleine stukjes veelal kapotgeschoten niemandsland, die vervolgens over en weer opnieuw moesten worden verdedigd of heroverd met even massale tegenaanvallen, de zogenoemde stellingenoorlog. Het was het op vijf na dodelijkste conflict in de wereldgeschiedenis, dat vervolgens de weg vrijmaakte voor politieke hervormingen en/of revoluties in de betrokken landen.

Op 28 juli begon het conflict met de Oostenrijks-Hongaarse invasie van Servië, gevolgd door de Duitse aanval op Frankrijk via België en Luxemburg en een Russische aanval op Duitsland. Nadat de Duitse opmars naar Parijs tot stilstand was gebracht, vestigde het westfront zich in een statische uitputtingsslag van een loopgravenoorlog die weinig veranderde tot 1917. In het oosten vocht het Russische leger met succes tegen de Oostenrijks-Hongaarse troepen, maar werd teruggedrongen door het Duitse leger. Bijkomende fronten werden geopend nadat het Ottomaanse Rijk toetrad tot de oorlog in 1914, Italië en Bulgarije in 1915 en Roemenië in 1916. Het Russische Rijk ging ten onder in de Russische Revolutie van 1917, en Rusland stapte uit de oorlog na de Oktoberrevolutie later dat jaar. Na een Duits offensief langs het westfront in 1918, betraden Amerikaanse troepen de loopgraven en de geallieerden drongen de Duitse legers terug in een reeks van succesvolle offensieven. Duitsland, dat zijn eigen problemen had met revolutionairen op dat moment (de Novemberrevolutie), stemde in met een staakt-het-vuren op 11 november 1918, dat later bekend zou staan als Wapenstilstandsdag. De oorlog eindigde als een overwinning voor de geallieerden.

Tegen het einde van de oorlog waren vier van de imperialistische grootmachten – het Duitse, Russische, Oostenrijks-Hongaarse en Ottomaanse rijk – militair en politiek verslagen: de opvolgersstaten van de eerste twee verloren veel grondgebied, terwijl de laatste twee volledig ophielden te bestaan.[2] Uit het Russische Rijk ontstond de revolutionaire Sovjet-Unie, terwijl in Centraal-Europa allerlei nieuwe kleine staten werden gevormd.[3] De Volkenbond werd gesticht in de hoop een dergelijk conflict in de toekomst te voorkomen. Maar uit deze oorlog kwam het Europese nationalisme voort en het uiteenvallen van de vroegere rijken. De gevolgen van de nederlaag van Duitsland en de Vrede van Versailles zouden op termijn bijdragen aan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1939.[4]