Geallieerden (Tweede Wereldoorlog)

De groenen zijn de geallieerden, waarvan de lichtgroene pas na Pearl Harbor deelnamen.

Met de term geallieerden of geallieerde mogendheden werden de tegenstanders van de asmogendheden ten tijde van de Tweede Wereldoorlog aangeduid. Onder meer de volgende landen behoorden tot de geallieerden: het Verenigd Koninkrijk, China, de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en Canada.

Een tweede categorie geallieerden vormden de door de asmogendheden geheel onder de voet gelopen landen als Polen, Noorwegen, Frankrijk, België en Nederland. Deze onder de voet gelopen landen kregen weliswaar een marionettenregering onder Duitse supervisie (of werden geheel bij Duitsland ingelijfd), maar vormden tevens (tegen)regeringen in ballingschap. Deze regeringen werden na verloop van tijd meestal door de geallieerden als wettig erkend, en na de geallieerde overwinning in de betreffende landen geïnstalleerd of in ere hersteld. Ook leverden uitgeweken leger-, marine en luchtmachtonderdelen, alsmede vrijwilligers uit deze landen, een niet onaanzienlijk aandeel in de geallieerde oorlogsinspanning. Bovendien behoorden deze troepen, die immers voor hun onder de bezetting levende familie en landgenoten streden, tot de gemotiveerdsten van de geallieerde legers.

Ten derde bestond er een derde groep landen die zich om economische, ideologische of politieke redenen aansloot, maar niet direct door de asmogendheden bedreigd werd of met hen in conflict was. Onder deze groep vielen onder andere de meeste Latijns-Amerikaanse landen zoals Mexico en Brazilië, alsmede Turkije. Deze oorlogsverklaringen aan de asmogendheden, met name die van Argentinië en Turkije, waren in veel gevallen van louter symbolische waarde (Argentinië verklaarde bijvoorbeeld Duitsland pas op 27 maart 1945 de oorlog en Turkije in april), hoewel andere landen zoals Brazilië wel substantiële hulp boden.

De laatste categorie werd gevormd door de landen die zelf tot de asmogendheden hadden behoord of pro-Asregeringen hadden gehad, en onder geallieerde druk van zijde wisselden. Dit waren bijvoorbeeld Italië, Iran, Roemenië, en een aantal andere landen. Veelal had het slechte oorlogsverloop in deze landen geleid tot een politieke omwenteling, waarna een pro-geallieerde of communistische regering aan de macht kwam. Vaak eisten de geallieerden een oorlogsverklaring aan de asmogendheden, maar vaak deed de regering dit ook uit eigen beweging in de hoop op minder harde vredesvoorwaarden. Roemenië kreeg bijvoorbeeld in ruil voor de oorlogsverklaring aan Duitsland en Hongarije Transsylvanië terug. Zulke oorlogsverklaringen leidden overigens, wanneer er nog Astroepen in het land waren, tot (tegen de bevolking gerichte) wraakacties, zoals de Laplandoorlog en het opzettelijk laten overstromen van de Pontijnse moerassen.