Israëlieten
English: Israelites

  • de stele van merneptah. hoewel er alternatieve vertalingen zijn, vertalen de meeste bijbelwetenschappers een set hiërogliefen met "israël", waarmee dit de oudste vermelding van de naam israël is.

    de israëlieten (van het griekse Ισραηλίτες, een vertaling van het hebreeuwse: בני ישראל, b'nei yisra'el, "zonen van israël" of "kinderen van israël") vormden in de ijzertijd een confederatie van semitisch-sprekende stammen in het nabije oosten, die gedurende de stammen- en koningsperiodes een deel van kanaän bevolkten.[1][2][3][4][5] de oude israëlieten worden beschouwd als nakomelingen van de oorspronkelijke kanaänitische bevolking die lange tijd woonden in de zuidelijke levant, syrië, het oude israël en de transjordaanse regio.[6][7][8]

    in de hebreeuwse bijbel worden traditioneel de nakomelingen van aartsvader jakob (die volgens de hebreeuwse bijbel de naam israël kreeg[9]) als israëlieten, hebreeën of twaalf stammen van israël aangeduid. in het vervolg van de verhalen wordt hij afwisselend als jakob of israël aangeduid. de term israëlieten werd ook de naam voor de inwoners van het latere koninkrijk israël. niet te verwarren met de inwoners van het huidige israël; deze heten israëliërs, ongeacht etniciteit, afkomst of godsdienst.

  • oudste vermelding
  • israëlieten in de hebreeuwse bijbel
  • historiciteit
  • afstammelingen

De Stele van Merneptah. Hoewel er alternatieve vertalingen zijn, vertalen de meeste Bijbelwetenschappers een set hiërogliefen met "Israël", waarmee dit de oudste vermelding van de naam Israël is.

De Israëlieten (van het Griekse Ισραηλίτες, een vertaling van het Hebreeuwse: בני ישראל, b'nei yisra'el, "zonen van Israël" of "kinderen van Israël") vormden in de ijzertijd een confederatie van Semitisch-sprekende stammen in het Nabije Oosten, die gedurende de stammen- en koningsperiodes een deel van Kanaän bevolkten.[1][2][3][4][5] De oude Israëlieten worden beschouwd als nakomelingen van de oorspronkelijke Kanaänitische bevolking die lange tijd woonden in de zuidelijke Levant, Syrië, het oude Israël en de Transjordaanse regio.[6][7][8]

In de Hebreeuwse Bijbel worden traditioneel de nakomelingen van aartsvader Jakob (die volgens de Hebreeuwse Bijbel de naam Israël kreeg[9]) als Israëlieten, Hebreeën of Twaalf stammen van Israël aangeduid. In het vervolg van de verhalen wordt hij afwisselend als Jakob of Israël aangeduid. De term Israëlieten werd ook de naam voor de inwoners van het latere koninkrijk Israël. Niet te verwarren met de inwoners van het huidige Israël; deze heten Israëliërs, ongeacht etniciteit, afkomst of godsdienst.