Magnetic resonance imaging

Magnetic resonance imaging
MRI-scanner van Philips in Best (2006)
MRI-scanner van Philips in Best (2006)
Coderingen
ICD-9-CM88.91
MedlinePlus003335
MeSHD008279
Portaal  Portaalicoon  Geneeskunde

Magnetic resonance imaging (MRI), in het Nederlands soms aangeduid met kernspintomografie,[1] is een medische beeldvormingstechniek die wordt gebruikt voor het in kaart brengen van het lichaam en bepaalde lichaamsprocessen. MRI-scanners werken met een sterk magneetveld en radiogolven waarmee de organen in het lichaam zichtbaar kunnen worden gemaakt. Aan MRI komen geen röntgenstralen of ioniserende straling te pas, waardoor het zich onderscheidt van CT- of CAT- en PET-scans.

MRI wordt in de geneeskunde veel gebruikt voor het stellen van een diagnose, het bepalen van het stadium van een ziekte en voor het opvolgen van patiënten zonder ze bloot te stellen aan gevaarlijke straling. Vergeleken met CT-scans, duren MRI-scans vaak langer, maken de scanners meer lawaai en moeten mensen in een veel nauwere ruimte liggen. Dit wordt door sommige mensen als onprettig ervaren. De resolutie (scherpheid) van MRI-scans is hoger dan die van CT-scans, waardoor artsen een duidelijker beeld kunnen krijgen van eventueel letsel of ziekte binnenin het lichaam.

Een oudere naam voor MRI is nuclear magnetic resonance (NMR), oftewel kernspinresonantie. Deze term is in onbruik geraakt vanwege de onterechte associatie met kernreacties en radioactieve straling.[2] In België wordt deze term nog wel gebruikt.[3][4][5]

De eerste die zich realiseerde dat met NMR beelden van levend weefsel konden worden gemaakt was begin 1970 de Amerikaanse biofysicus Raymond Damadian. Tegen 1977 kon hij een eerste (enorm groot) prototype laten zien. Daarna ging de ontwikkeling snel en ieder jaar worden er verbeteringen in de beeldvorming en verwerking aangebracht.