Russisch-Oekraïens gasconflict 2006

Overzichtskaart van bestaande en aangekondigde Russische gasleidingen in Europa, situatie in 2006.
Zie ook de kaartlinks.

Het Russisch-Oekraïens gasconflict was een conflict tussen Rusland en Oekraïne over de leveringsprijs van aardgas door het Russische staatsbedrijf Gazprom aan het Oekraïense staatsbedrijf Naftogaz. Naftogaz verzorgt het vervoer van meer dan 80% van het aardgas van Gazprom naar Europa.

Het conflict ontstond in maart 2005, toen Rusland stappen ondernam om een radicale prijsverhoging door te voeren voor het gas dat door Gazprom geleverd wordt aan Oekraïne. Deze prijsverhoging was volgens Gazprom onderdeel van het Russische beleid om voor alle post-Sovjetstaten voortaan marktprijzen te berekenen, in plaats van de gesubsidieerde prijzen die tot nu toe veelal werden berekend. Na mislukte onderhandelingen met Oekraïne sloot Gazprom uiteindelijk op 1 januari 2006 om 10:00 MSK het gas af naar Oekraïne, om de gastoevoer twee dagen later te herstellen.

De onderhandelingen leidden uiteindelijk tot een voorlopige overeenkomst op 4 januari 2006 tussen beide landen. Het conflict verkreeg grote bekendheid doordat een aantal landen in Europa geconfronteerd werden met een verminderde gastoevoer en door de politisering van het conflict. De directe effecten van het conflict waren onder andere de kabinetscrisis in Oekraïne en heroriëntatie van veel Europese landen op hun energievoorziening. Met name kernenergie kwam hierbij weer in beeld als alternatief.

Inzet van het conflict was een prijsverhoging van 180 dollar die door Gazprom werd geëist van Oekraïne: het bedrijf wilde namelijk 230 dollar (195 euro) per 1000 m³ aardgas in plaats van 50 dollar die Oekraïne in 2005 betaalde. De uiteindelijke prijs werd via een constructie met het bedrijf RosUkrEnergo bepaald op 95 dollar voor een periode van een half jaar. Dit contract was een onderwerp van debat in het land. Hierin speelden ook de parlementaire verkiezingen van 2006 mee.