Spier (anatomie)

Overlangs aangesneden dwarsgestreepte spiercellen
Gladde spiercellen

Een spier (Latijn: musculus, muisje,[1] spier[1]) is een weefselstructuur van cellen die de eigenschap hebben te kunnen samentrekken (contraheren) waardoor beweging mogelijk is. Spierweefsel komt in drie vormen voor: dwarsgestreept spierweefsel, hartspierweefsel en glad spierweefsel.

  • Dwarsgestreept spierweefsel, zo genoemd vanwege het uiterlijk onder de microscoop, is spierweefsel bestaande uit lange, veelkernige spiervezels. Dwarsgestreept spierweefsel wordt voornamelijk gevonden in skeletspieren, die onder willekeurige controle staan en voornamelijk botten met elkaar verbinden. Daarnaast bestaat ook de hartspier uit dwarsgestreept weefsel (zie onder).
  • Glad spierweefsel staat niet onder willekeurige controle en is onder meer te vinden in het maag-darmstelsel, bloedvaten, luchtwegen, voortplantingsorganen.
  • Het hart bestaat uit hartspierweefsel. Dit soort weefsel heeft 1 of 2 kernen en is lang en vertakt. De myosine en actine is net als bij het dwarsgestreept spierweefsel in sarcomeren gerangschikt. Het hart is in zijn geheel een onwillekeurige spier die continu werkt.