Virus (biologie)

Een virus bestaat uit erfelijk materiaal in een omhulsel dat in staat is zich voort te planten door gebruik te maken van het reproductieapparaat van levende organismen. Veelal zijn virussen sterk gespecialiseerd op een (type) gastheer. Daar ze geen eigen voortplantingsapparaat hebben en geen eigen stofwisseling, zijn ze volledig afhankelijk van andere organismen en als zodanig voldoen ze niet aan alle gebruikelijke criteria voor de definitie van leven. Virussen kunnen zich van generatie tot generatie wel veranderen en ondergaan evolutie.Een virusinfectie verloopt volgens een heel ander mechanisme dan een bacteriële of schimmelinfectie en kan niet met antibiotica worden bestreden. Er zijn stoffen die specifiek de werking van sommige (typen) virussen verstoren en als geneesmiddel kunnen worden ingezet.

De typische diameter van een virus is tussen de 20 en 300 nanometer.