Édouard Empain | generaal in de eerste wereldoorlog

Generaal in de Eerste Wereldoorlog

Generaal Édouard Empain

Nog voor de Eerste Wereldoorlog begon, maakte Empain plannen om zoveel mogelijk manschappen en trammaterieel van zijn talrijke buurtspoorwegconcessies in Vlaanderen te evacueren naar het westen. Hij zette snel een semimilitaire organisatie op, de "Section Vicinale de Chemins de fer en Campagne" (SVCFC). Deze vatte post in Antwerpen, maar was door de snelle opmars van de Duitsers gedwongen zich te reorganiseren in West-Vlaanderen. Tijdens de oorlog beheerde de SVCFC de overgebleven buurtspoorlijnen achter het front. Baron Empain wist uiteindelijk 80 locomotieven, 330 rijtuigen en 400 goederenwagons uit de handen van de Duitsers te houden.[9]

Aan het begin van de oorlog meldde Empain zich aan bij het leger. Charles de Broqueville, minister van Oorlog, eerste minister en een vriend van Empain benoemde de tweeënzestigjarige, die nooit militair was geweest, tot genieofficier met de graad van kolonel. Broqueville was overtuigd dat Empain beter dan beroepsmilitairen bekwaam zou zijn de organisatie op zich te nemen van de bewapening en de technische diensten. Voor de duur van de oorlog moest hij de zorg op zich nemen van het vervoer per spoor en van de elektriciteitsvoorziening. Zijn eerste huzarenstukje was de evacuatie van het leger naar het westen van het land. Meer dan 150 konvooien voerden militairen en materiaal van Antwerpen naar Oostende. In Oostende hield Empain hoofdkwartier in zijn villa en werd daarbij omringd door een schoonbroer die beroepsmilitair was, door de jonge Georges Theunis en andere medewerkers uit de Groep Empain.

Empain nam allerhande initiatieven die de hem toegewezen taken aanzienlijk overschreden. Zo had hij de hand in de wijziging en versobering van het militaire uniform en zorgde hij voor de stoffen om de uniformen te fabriceren. Hij sloot contracten, onder meer met de fabrieken Schneider, voor het leveren van geweren en munitie en bekommerde zich om de ravitaillering van het leger. Zelfs om de ontspanning van de frontsoldaten bekommerde hij zich. Hij kocht voor eigen rekening een vijftigtal grammofoons, die hij aan koningin Elisabeth bezorgde om door haar aan de legereenheden te worden geschonken. Hij bezorgde ook filmprojectors en opnameapparatuur. Een socialistisch minister noemde zijn activiteiten een grandioze improvisatie, waarvan de herinnering onuitwisbaar zou blijven.

Van Oostende verhuisde Empain zijn hoofdkwartier naar zijn hotel in Parijs, terwijl hij de ganse oorlog door voortdurend reisde naar Sainte-Adresse (de zetel van de Belgische regering en administratie), Duinkerken (waar de Broqueville meestal resideerde) en De Panne (het hoofdkwartier van de koning). Empain zorgde dagelijks voor 80.000 kg meel, 60.000 kg vlees, 240.000 kg haver, 65.000 kg hooi, 60.000 kg stro voor de slaapzakken enz. Hij leidde hiervoor ateliers en distributiecentra in Le Havre, Rouen, Calais, Parijs en Marseille. Zelfs met kleine zaken hield hij zich bezig, zoals het ontwerp voor een Oorlogskruis en voor het lint dat het moest dragen.

In december 1916 werd hij bevorderd tot generaal-majoor 'voor de duur van de oorlog'. Het vertrouwen dat hij genoot van de minister van oorlog zorgde ervoor dat hij zonder controle alles op eigen initiatief kon regelen en beslissen. Toch werd een betere organisatie binnen het leger wenselijk geacht, en het werd de oprichting van de Direction générale de l'armement et des services techniques de l'armée, waarvan Empain de directeur-generaal werd. Zijn opdrachten en bevoegdheden werden hiermee nog uitgebreider. Ook de koning was over hem tevreden en benoemde hem tot zijn vleugeladjudant 'voor de duur van de oorlog'. Met koning Albert I herhaalde zich nochtans niet de vertrouwvolle samenwerking die Empain met Leopold II had gehad. Hij behoorde tot de 'clan de Broqueville', waar de koning weinig vertrouwen in had: Onze eerste minister en zijn bende, zoals hij soms zei.

Hij maakte deel uit van een commissie die de prioritaire noden identificeerde voor het weer op gang brengen van de Belgische industrie na de oorlog en bereidde de herovering van België voor door 330 km treinrails, 150.000 dwarsliggers en een honderdtal brugvloeren te bestellen.

Voor Empain eindigde de oorlog met eerbetuigingen: eregeneraal-majoor, ereadjudant van de koning, grootofficier in de Leopoldsorde en een glorievolle erkenning door de regering van de door hem bewezen diensten. Voortaan werd hij 'le général-baron Empain'.