Brandwond | gradaties
English: Burn

Gradaties

Brandwonden worden, afhankelijk van de diepte, in verschillende gradaties onderverdeeld. De diepte, en daarmee de graad, van een brandwond hangt af van de temperatuur, de tijd dat de huid blootgesteld wordt aan die temperatuur en de oorzaak. Heetwaterverbrandingen en steekvlamverbrandingen zijn doorgaans tweedegraadverbrandingen, vlamverbrandingen zijn doorgaans derdegraads.

  • Eerstegraads brandwonden. Bij een eerstegraads verbranding wordt de huid rood en pijnlijk, maar ontstaan geen blaren. De pijn en de verkleuring zijn in het algemeen binnen 24 uur verdwenen. Het huidweefsel is niet vernietigd en zelfs wanneer er grote delen van het lichaam zijn aangedaan, is er geen gevaar. Vaak zijn er ontstekingsverschijnselen te zien bij eerstegraads brandwonden.
    • roodheid
    • pijn
    • warmte
    • zwelling
    • functieverlies

Ook algemene verschijnselen zoals koorts, geen honger, zich ziek voelen kunnen voorkomen bij een eerstegraads brandwond. Een eerstegraads verbranding komt veel voor: de meeste verbrandingen door de zon vallen hieronder.

  • Tweedegraads brandwonden (verder onderverdeeld in oppervlakkige en diepe tweedegraads brandwonden). Bij een tweedegraads verbranding treedt er blaarvorming op; er vormt zich vocht tussen de opperhuid en de lederhuid. Deze blaarvorming is in het algemeen vrij pijnlijk. Wanneer grote oppervlakken verbrand zijn, is de pijn vaak extreem. Belangrijk is dat, hoewel een deel van de huid is vernietigd, er toch nog delen van de opperhuid gaaf zijn gebleven. Hierdoor kan er na loslating van de wondkorstjes uit zichzelf nieuwe huid over de wond groeien. De genezing duurt, afhankelijk van de diepte van de brandwond, enkele dagen tot ruim een maand. De haarwortels en zweetkliertjes liggen diep in de huid. Zolang slechts een deel hiervan behouden blijft is wondgenezing mogelijk. Wel ligt het gevaar van wondinfectie op de loer. Indien dit gebeurt kan de oorspronkelijk intact gebleven huid toch nog verwoest worden, waardoor vorming van nieuwe huid wordt verhinderd. Indien dit gebeurt zijn de vooruitzichten zeer ongunstig.
  • Derdegraads brandwonden. Bij een derdegraads verbranding wordt de gehele huid vernietigd. Het wondgebied reageert niet meer op gevoelsprikkels en zelfs niet op pijnprikkels. In het begin is het verbrande huidgebied wit tot grauw-wit, later bruin, perkamentachtig van kleur. Na loslating van de gevormde wondkorst komt een vaalrood of lichtrood gekleurde wondlaag tevoorschijn. Dit loslaten van de wondkorst neemt bij een groot wondoppervlak veel tijd in beslag. Vaak worden derdegraads verbrandingen van meer dan drie centimeter, om de genezing te bekorten, gesloten met stukjes huid die elders op het lichaam worden weggehaald (huidtransplantatie).
  • Vierdegraads brandwonden. Soms wordt de term verkoling gebruikt. Hierbij is de verbranding zo diep dat zelfs structuren onder de huid, zoals bot en spierweefsel, vernietigd zijn. Het uitzicht van de huid is meestal verkoold, gekookt (bleek) of rauw. Verloren gegaan weefsel kan niet worden hersteld, al kan soms weefsel van elders worden getransplanteerd via een chirurgische ingreep.

Niet alleen de graad van de brandwond is van belang maar ook de grootte van het oppervlak en de plaats. Als alle epidermale elementen (huidcellen) in de wond zijn verdwenen moet genezing optreden door dichtgroeien vanaf de rand; zijn er daarentegen in de wond nog huidcellen in leven (bijvoorbeeld in haarzakjes) dan vormen die bij de genezing eilandjes waarvandaan de wond zich centraal ook zal gaan sluiten en is de genezing veel vlotter. Diepe brandwonden geven vaak grote littekens die onbehandeld meestal aanleiding geven tot ernstige contracturen. Mensen met tweedegraads brandwonden groter dan 25% lichaamsoppervlakte en derdegraadsbrandwonden groter dan 10% van het lichaamsoppervlakte moeten worden opgenomen in een brandwondencentrum.