Japans | grammatica

Grammatica

De grammatica van het Japans is zowel ten opzichte van die van de Indo-Europese talen als die van alle isolerende talen zoals de Chinese talen behoorlijk anders. Dit verklaart deels waarom het leren van Japans door sprekers van een westerse taal als Nederlands of Engels vaak als een grote uitdaging wordt ervaren. Objectief gezien kan de Japanse grammatica op het eerste gezicht nog relatief eenvoudig lijken, maar er zit een flink aantal haken en ogen aan.

Syntaxis

Het Japans is een overwegend analytische taal. Een belangrijk kenmerk is dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen enkelvoud en meervoud. Ook geslacht speelt geen rol binnen de grammatica. Daarnaast worden onderwerpen vaak in zinnen weggelaten, wat tot vreselijke verwarring kan leiden indien men een gesprek niet van begin tot eind volgt.

Het meest kenmerkend van de Japanse grammatica is de SOV-woordvolgorde, ofwel het feit dat werkwoorden vrijwel zonder uitzondering aan het einde van een zin worden geplaatst. Zo luidt de Japanse vertaling van het Nederlandse zinnetje Ik woon in Nederland: Watashi-wa Oranda-ni sundeimasu (私はオランダに住んでいます。); hier is "sundeimasu" het werkwoord.

Het Japans is geen synthetische, maar wel een agglutinerende taal. Dit wil zeggen dat er morfemen bestaan, die aan andere woorden vastgehecht worden. Deze morfemen worden gebruikt om negativiteit, tempus of bijwoordelijke betekenis uit te drukken. Bijvoorbeeld, als men het gezegde "ama-i" (is zoet) wil veranderen naar een bijwoord, moet men toevoegen het morfeem "ku" aan het einde van het woord (d.w.z. ama-ku). Als men een negatieve zin wil uitdrukken, voegt men het negatieve bijvoeglijk naamwoord "na-i" aan het woord. Op dezelfde manier creëert men een negatieve betekenis door het toevoegen van het morfeem "na" (d.w.z. ama-ku-na-i = is niet zoet). Om het tempus te veranderen, voegt men de morfeem "katta" (bijv. ama-ku-na-katta = was niet zoet).[1]

Vervoegingen

In principe kent het Japans geen vervoegingen, slechts werkwoordstijden. Niettemin is er ook bij de werkwoorden sprake van agglutinatie: zo eindigen bijvoorbeeld de meeste Japanse werkwoorden in de infinitief op "-ru", terwijl de juiste beleefde vorm van de tegenwoordige tijd vrijwel altijd eindigt op "-masu". Dit is echter niet afhankelijk van persoon of geslacht, dus van een echte vervoeging kan men niet spreken. Ook kent men in het Japans een groot aantal werkwoordstijden. Een veelgebruikte tijd is de continuerende tijd, die men ook in het Engels vindt (daar present continuous geheten). In deze tijd blijft uiteraard de stam van werkwoord gelijk, maar verandert de uitgang in "-te" (bij de beleefde tegenwoordige tijd is de uitgang "-masu"). Een voorbeeld:

Het werkwoord voor "zien" is in de infinitief "miru"(見る).
In de beleefde tegenwoordige tijd wordt het "mimasu" (見ます).
In de continuerende tijd wordt het "mite" (見て).

Een ander aspect dat de agglutinatie van Japanse werkwoorden kenmerkt is dat veel achtervoegsels aan de werkwoordsvormen vastgeplakt worden, wat ze meteen een andere functie geeft. Een bekend voorbeeld is de beleefde gebiedende wijs (als in "Wacht u alstublieft"). Hierbij wordt de "-te"-vorm van een werkwoord gebruikt, en daarachter "-kudasai" geplakt. Een voorbeeld:

Het werkwoord voor "wachten" is in de infinitief "matsu" (まつ)
In de "te"-vorm is het "matte" (まって).
In de beleefde gebiedende wijs wordt het zodoende "mattekudasai" (まってください).

Een regel bij het "vervoegen" van werkwoorden is dat de uitgangen en achtervoegsels altijd in hiragana geschreven worden, en nooit in kanji. 下さい(kudasai) wordt weliswaar in kanji geschreven, maar dat komt doordat dit formeel de beleefde "nederige" gebiedende wijs van くれる(geven) is, en dus eigenlijk geen uitgang. まって下さい(matte kudasai) betekent dus letterlijk "geef me wachten" of "wacht voor mij".

Achtervoegsels

Het Japans kent een aantal achtervoegsels, die aangeven hoe de spreker tegenover iemand anders staat. Het achtervoegsel wordt aan de voornaam geplakt als de spreker de betreffende persoon goed kent, anders wordt de achternaam gebruikt.

  • -chan. Over het algemeen wordt dit achtervoegsel toegepast wanneer een volwassene refereert aan een minderjarige. Meestal bij gebruikt voor meisjes, duidt aan dat je de persoon schattig vindt. Wordt voor jongens ook weleens gebruikt, als degene die je aanspreekt een heel hechte relatie met je heeft (bijvoorbeeld moeder → zoon). Meestal wordt dan ook niet de hele naam gebruikt. Een aantal voorbeelden:
    Meisje: Yoni-chan (voor een heel goede bekende, meisje); Nagasa-chan (voor een minder goede of oppervlakkige bekende, meisje); Ryuu-chan ((Ryuuji) duidt op een hechte relatie met iemand, jongen).
  • -kun. Meestal gebruikt voor jongens, maar ook weleens voor meisjes. Voorbeeld: Ryuuji-kun.
  • -san. Gebruikt voor volwassenen, of als men iemand net kent om respect en beleefdheid te tonen, kan voor vrouwen en mannen.
  • -sensei. Gebruikt voor een leraar, kan voor vrouwen en mannen.
  • -sama. Gebruikt om bijzonder veel respect te tonen, kan voor vrouwen en mannen.
  • -shi. Gebruikt om bijvoorbeeld naar iemand te schrijven wiens naam men kent omdat die persoon beroemd is, terwijl de schrijver nog nooit daadwerkelijk contact met de betreffende persoon heeft gehad. Bijvoorbeeld: Ryuuji-shi kan gebruikt worden voor mannen en vrouwen
  • -dono. Heel erg beleefd en nederig, wordt vaak gehoord in Japanse historische drama's. Bijvoorbeeld: you-dono (Meester you)kan gebruikt worden voor mannen en vrouwen.
  • -sempai. Gebruikt voor hogerejaars o.i.d.

Alleen als de spreker erg goed bevriend is met een persoon, gebruikt hij geen achtervoegsel om die persoon toe te spreken.

Partikels

Partikels vormen een zeer belangrijke woordgroep in het Japans. Deze kleine woordjes van meestal slechts één lettergreep lang gedragen zich meestal als achtervoegsels bij het woord waar ze een bepaalde functie aan geven.

Een voorbeeld:
In het Nederlands zegt men Ik woon in Nederland (het woordje in komt vóór Nederland)
In het Japans zegt men Watashi-wa Oranda-ni sundeimasu. Hier is ni het partikel dat overeenkomt met het Nederlandse voorzetsel in. Wanneer de Japanse zin letterlijk woord voor woord in het Nederlands wordt vertaald, levert dit Ik Nederland in woon op.

De Japanse partikels kunnen ook gebruikt worden om grammaticale functies aan te geven (hierin zijn ze min of meer vergelijkbaar met naamvalsuitgangen). Het partikel "no" wordt bijvoorbeeld standaard gebruikt om een bezittelijke (of possessieve) relatie wil aanduiden. Dit partikel kan ook gebruikt worden om een niet-possessieve genitief te creëren. In de titel Kana no kai ("De Kana club"), geeft het partikel "no" een bijvoeglijke betekenis.[2][3] Het gebruik van partikels maakt een flexibele woordvolgorde. Niettemin is de Japanse woordvolgorde steeds SOV.[2]

Een aantal Japanse partikels kent geen Nederlandse tegenhanger. Zo kan het veelgebruikte wa (は; geschreven als ha) niet letterlijk vertaald worden. Dit partikel markeert onder andere de functie van onderwerp.

Hier een lijst van de meest gebruikte partikels in het Japans met daarachter hun functie:

  • ga(が) - Wordt gebruikt om het onderwerp van de zin aan te duiden. Voorbeeld: Robin-san ga omoshiroi hito desu (ロビンさんがおもしろい人です), Robin is een interessant persoon.
  • wa (は, geschreven als ha) - Wordt gebruikt om aan te duiden waar de zin over gaat, vaak is dit het onderwerp maar niet altijd. Letterlijk betekent het zoiets als "over x gesproken" of "wat betreft x". Voorbeeld: kore wa nan desu ka? (これは何ですか?), wat is dit? (letterlijk: wat betreft dit?, wat is het?).
  • [w]o (を) - Hiermee wordt aangeduid wat het lijdend voorwerp is. Voorbeeld: sushi o tabete (すしをたべて), eet je sushi op.
  • ni (に) - "ni" heeft verschillende betekenissen:
  1. Markeert het meewerkend voorwerp. Voorbeeld: kare ni hon wo ageru (ik geef een boek aan hem).
  2. Duidt de richting aan. Voorbeeld: ashita Ōsaka ni ikimasu (morgen ga ik naar Osaka).
  3. Als plaatsbepaling, maar alleen als het werkwoord geen actie aanduidt (het onderwerp beweegt dus niet). Voorbeeld: Nihon ni sunde imasu (ik woon in Japan).
  4. Als het handelend voorwerp in een passieve zin (in het Nederlands vertaald met "door").