Oor | oren bij niet-zoogdieren
English: Ear

Oren bij niet-zoogdieren

Bovengenoemd mechanisme van het gehoor geldt voor de meeste zoogdieren. Sommige andere dieren hebben echter een heel ander gehoororgaan. Veel dieren hebben niet echt een gehoororgaan, maar zijn wel gevoelig voor trillingen: regenwormen registreren de trillingen in de grond en reageren erop; schorpioenen maar ook slangen voelen trillingen in de grond. Spinnen registreren trillingen in het web en horen zo de plaats van hun prooi.

Insecten hebben het gehoororgaan op allerlei verschillende plaatsen zitten. Bij bidsprinkhanen en vlinders zit het in het borststuk, bij sprinkhanen op het achterlijf, bij krekels in de voorpoten, bij muggen in de voelsprieten ( orgaan van Johnston). Vissen gebruiken de zwemblaas als een soort trommelvlies: met het orgaan van Weber, dat bestaat uit een aantal verbonden botjes wordt de trilling van de zwemblaas overgedragen naar het middenoor.

Ook het frequentiebereik kan per dier sterk verschillen. Vleermuizen maken voor hun echolocatie gebruik van ultrasoon geluid; olifanten en neushoorns kunnen tonen van 5 of zelfs 1 Hz waarnemen die voor mensen ver in het infrasone gebied liggen.